Huidkanker (non-melanoma)

Anatomie van de huid

Onze huid bestaat uit drie lagen. De bovenste laag heet de opperhuid, de middelste de lederhuid en de onderste het onderhuidse bindweefsel.
De opperhuid bestaat grotendeels uit twee typen cellen: de basale cellen en de plaveiselcellen. Verder bevinden zich in de opperhuid onder meer pigmentcellen, de melanocyten.
De basale cellen in de onderste laag van de opperhuid delen zich nog. Daar ontstaan nieuwe huidcellen. In de loop van ongeveer een maand schuiven de nieuwe cellen naar boven en in die tijd veranderen zij van vorm. In het begin zijn zij rond of ovaal, daarna worden zij hoekiger en ten slotte ook platter (plaveiselcellen).
De lederhuid bestaat uit bindweefsel, ook wel steunweefsel genoemd. Daarin bevinden zich onder meer: zweetklieren (die het zweet produceren), haarwortels met talgklieren, bloed- en lymfevaten alsook zenuwuiteinden.
Het onderhuidse bindweefsel dient hoofdzakelijk als steun en bestaat voornamelijk uit vetcellen.

Taken van onze huid

de huid beschermt ons lichaam, bijvoorbeeld tegen infecties en ultraviolette straling (uv);
via de huid kunnen we signalen uit de omgeving waarnemen: de huidzenuwen voeren pijn-, tasten, warmteprikkels naar de hersenen, die de prikkels omzetten in gevoel;
ten slotte is de huid van groot belang voor het regelen van de lichaamstemperatuur; de zweetklieren in de huid leveren daar een belangrijke bijdrage toe.

In veel gevallen ontstaat huidkanker door overmatige blootstelling aan ultraviolette straling. Die straling komt van nature voor in zonlicht. Zonneapparaten (solaria, zonnebanken, ultravioletlampen) passen de ultraviolette straling kunstmatig toe.
Ultraviolette straling is nuttig: ze bevordert de aanmaak van vitamine D in ons lichaam. Ultraviolette straling kan ook een gunstige uitwerking hebben op huidaandoeningen als acne, psoriasis en sommige vormen van eczeem. Ultraviolette straling, zowel de natuurlijke als de kunstmatige, kan evenwel ook schadelijk zijn voor de huid.
Veel en langdurig blootstaan aan ultraviolette straling kan de cellen van de opperhuid ernstig beschadigen. Daardoor kan na vele jaren huidkanker ontstaan. Huidkanker is als het ware de uitkomst van een optelsom van al die beschadigingen. Vroeger kwam huidkanker vooral voor bij mensen die veel en langdurig buiten werkten (boeren, tuinders, zeelieden). Ook bij blanke mensen die lang in de tropen hebben gewoond, komt huidkanker veel voor.

Toename huidkanker

Aan het begin van de twintigste eeuw gold een blanke huid als schoonheidsideaal, tegenwoordig is dat een gebruinde huid. De veranderde opvattingen over “een mooie huid” en “er gezond uitzien” hebben ertoe geleid dat wij tegenwoordig vaker en langer in de zon vertoeven. Ook het gebruik van zonneapparatuur is enorm toegenomen. Tevens verhoogt blootstelling aan ultraviolette straling vooral voor het vijftiende levensjaar het risico op huidkanker.
Huidkanker komt bij de totale bevolking dan ook steeds meer voor. Daarbij gaat het niet alleen om basaalcelcarcinoom en plaveiselcelcarcinoom. Ook de toename van het melanoom houdt verband met veelvuldige blootstelling aan ultraviolette straling. Vooral vaak verbranden is de oorzaak van een melanoom.

Meer risico

De meest voorkomende vormen van huidkanker zijn niet erfelijk. Dat wil zeggen: als ziekte is huidkanker niet erfelijk. Wel ondervindt het risico om huidkanker te krijgen invloed van bepaalde lichamelijke kenmerken die we erven, met name het huidtype. Zo lopen mensen met een lichte huid meer risico op huidkanker dan mensen met een donkere huid. Sommige huidafwijkingen lopen een verhoogd risico om in huidkanker te ontaarden, bijvoorbeeld een bont patroon van moedervlekken (dysplastische naevi).
Wie op jonge leeftijd voor een huidaandoening is bestraald, loopt eveneens een verhoogd risico op huidkanker op en rond de bestraalde plek. Tevens is bij mensen die een orgaantransplantatie hebben ondergaan, bijvoorbeeld een niertransplantatie, een toegenomen risico op huidkanker vastgesteld. Dat komt door de medicijnen die zij vanwege de transplantatie (hebben) moeten gebruiken.
Rokers ontwikkelen meer keratosen (verdikkingen van de hoornlaag van de huid) die kunnen evolueren naar huidkanker.

Symptomen van basaalcelcarcinomen

Het basaalcelcarcinoom komt vooral voor in het gelaat. Meestal ziet de patiënt een glad, glazig knobbeltje dat heel langzaam groeit. Soms zijn er verwijde bloedvaatjes in te zien. Op den duur ontstaat in het midden een zweertje en daaromheen een rand met een parelachtige glans. Dat zweertje is nogal eens nattig en heeft een korst die gemakkelijk open te halen is. Soms valt ze er ook af. Daarna vormt zich een nieuwe korst. Een basaalcelcarcinoom op de romp ziet er vaak uit als een eczeemplekje.

Symptomen van plaveiselcelcarcinoom

Het plaveiselcelcarcinoom komt vooral voor in het gelaat, op de rug van de hand en in de nek, plaatsen die veel blootstaan aan zonlicht. Soms ontaardt een premaligne afwijking van de huid (zie verder) in een plaveiselcelcarcinoom.
Een plaveiselcelcarcinoom ziet er veelal anders uit dan een basaalcelcarcinoom. Meestal begint het als een rozerood knobbeltje, soms met een schilferkorstje erop. Als dat korstje wordt afgestoten, blijft er een oppervlakkig zweertje achter. De karakteristieke parelmoerglans en de verwijde bloedvaatjes van het basaalcelcarcinoom ontbreken. Vooral daardoor kun je het verschil tussen beide zien.
Soms is een biopsie nodig voor een definitief onderscheid. Aan de lippen doet deze kanker zich meestal voor als een witte vlek die langzaam dikker wordt en schilfers vertoont.

Symptomen van premaligne afwijkingen van de huid

Een keratose is een hoornig gebiedje dat een beetje op een wrat of een eczeemplekje lijkt. De huid voelt wat rasperig aan. Soms ontstaat er een klein wondje, vooral bij krabben, omdat de hoornlaag vrij vast zit en zich niet als een korstje laat afkrabben.

Onderzoeken

Als een patiënt met een huidaandoening bij de arts komt, zal die eerst de ernst van de verandering in de huid beoordelen. Weet hij niet zeker of de afwijking onschuldig is, dan zal hij de patiënt doorverwijzen, meestal naar een huidarts. De specialist kan vaststellen of een bepaalde verandering onschuldig is of aan huidkanker doet denken.
Vermoedt de specialist dat er sprake is van huidkanker, dan zal hij een stukje van het weefsel moeten verwijderen, meestal onder plaatselijke verdoving (biopsie). Heeft de specialist aanwijzingen dat er sprake kan zijn van een melanoom of zijn er duidelijke aanwijzingen dat het om een huidkanker gaat, dan zal hij de tumor meteen in zijn geheel verwijderen. In een laboratorium bekijkt een andere specialist, een patholoog, het verwijderde weefsel onder een microscoop.
Alleen zo ontstaat zekerheid over de aard van de aandoening. Is het kanker, dan kan hij tegelijkertijd vaststellen om welke vorm van huidkanker het gaat.

Huidkanker kan je op verschillende manieren behandelen.

Hoe is afhankelijk van de soort, de plaats en de grootte van de tumor, en van de leeftijd van de patiënt. Ook de ervaring van de behandelende arts met een bepaalde behandeltechniek speelt een rol. Vanzelfsprekend houdt hij rekening met de wensen van de patiënt. Voorop staat dat de behandeling de best mogelijke resultaten op herstel moet geven. Opvallende littekens zijn eventueel in tweede instantie nog te corrigeren.

Chirurgie

Bij een operatie neemt de chirurg de tumor in zijn geheel weg, soms onder verdoving van de plek rondom de tumor. Narcose kan nodig zijn, als de tumor behoorlijk groot is of diep is ingegroeid. In het laboratorium beoordeelt de patholoog of het kwaadaardige weefsel in zijn geheel is verwijderd. Soms is een uitgebreide operatie noodzakelijk om de tumor in zijn geheel te kunnen verwijderen. Het kan zijn dat de operatiewond niet meteen te sluiten is, omdat er een grote hoeveelheid huid is weggenomen. De plaats waar het weefsel is weggenomen, wordt dan hersteld door een dun stukje huid van een andere plaats te transplanteren.

Radiotherapie

De bestraling van huidtumoren gebeurt met straling die heel oppervlakkig inwerkt om de tumorcellen te vernietigen. De gezonde cellen krijgen ook straling, maar kunnen zich herstellen. De patiënt merkt nagenoeg niets van de behandeling; hij wordt er in elk geval niet ziek van. Soms kan er wel vermoeidheid of huidverkleuring optreden. De tumor wordt een aantal keren bestraald, meestal drie tot tien keer, soms vaker. Na afloop blijft slechts een klein litteken over.

Keuze van de behandeling

Bij het basaalcelcarcinoom is elk van de genoemde behandelmethoden mogelijk, bijna altijd met succes. Bij het plaveiselcelcarcinoom is meestal een operatie of bestraling nodig, een enkele keer bevriezing. Soms wordt na de operatie nog een bestraling uitgevoerd. Zijn er uitzaaiingen in de lymfeklieren in de buurt van de tumor, dan moet de arts die operatief verwijderen of bestralen. Een premaligne actinische keratose wordt vrijwel altijd met succes behandeld met bevriezing en/of een crème die een celdodend middel bevat.

Bevriezing (cryotherapie)

Deze methode wordt toegepast bij actinische keratose en als er meerdere kleine oppervlakkige huidgezwellen zijn.

Fotodynamische therapie

Fotodynamische therapie is een behandeling waarbij de onrustige of kwaadaardige huidcellen extreem gevoelig voor zichtbaar licht worden gemaakt. Vervolgens worden deze cellen belicht, waardoor deze afsterven. Na enkele weken worden ze vervangen door nieuwe, gezonde huidcellen.

Elektrocoagulatie

Soms kunnen huidgezwellen zoals wratten worden “weggebrand” meestal door middel van elektrische stroom.

Lokale chemotherapie

Bij oppervlakkige basaalcelcarcinomen en bij actinische keratose kan lokaal een celdelingsremmende en celdodende crème worden toegepast. In de regel wordt die crème twee keer per dag plaatselijk aangebracht en dat gedurende een drietal weken.

Bron: Stichting tegen kanker https://www.kanker.be/